Karline Vandenbroecke

Reisverslag Camino de Santiago 2011

with 8 comments

Woensdag 21 september dag 1

Om 5 u 30 opgestaan. Jan brengt me naar de luchthaven van Rotterdam. Om 9 uur land ik al in Biarritz. In de luchthaven had ik al Caroline ontmoet, een Limburgse uit Maasbracht die vanavond ook gereserveerd heeft in l´Esprit du Chemin, een privé herberg uitgebaat door Arno en Huberta. Ze zijn er nu niet want ook dit jaar doen ze zelf een stukje van de route naar Jeruzalem. In Biarritz nemen we de bus naar Bayonne en vandaar de trein naar St. Jean, aan de voet van de Pyreneeën. Het is prachtig zonnig weer en we rijden door een heerlijk groen landschap, Baskenland op zijn best.

Op de citadel van St.Jean Pied de Port

Om één uur komen we al aan en hebben snel de herberg gevonden. Er werken daar nu 2 Hollandse dames en een Hongaars koppel die al druk bezig zijn met de avondmaaltijd. Ik krijg een bed toegewezen in de ‘grote’ kamer met 4 dames uit Vancouver, 2 Frans-Canadese mannen en Ludwine, een Belgische. Met Caroline ga ik het stadje verkennen. St. Jean is een versterkt stadje met een citadel gebouwd door Vauban. Er zijn vele leuke gezellige hebbedingetjeswinkeltjes maar daarvoor hebben we toch geen plaats in de rugzak. Daarna ga ik nog even zitten in het gezellige zithoekje buiten met de dames uit Vancouver. Een ervan maakt prachtig houtsnijwerk. Ze hebben al een traject gewandeld in Frankrijk en gaan maar enkele dagen verder in Spanje, alles heel op het gemak. Ze noemen zich het ‘escargot’ team.


Ik blijf nog even zitten en zie de zon mooi ondergaan. Wat een heerlijk weer. We mogen pas om 8 uur aan tafel en terwijl we al hongerig klaarzitten, komen er nog een paar laatkomers binnen. Een koppel Brazilianen, 2 Engelse dames die zussen blijken te zijn maar er eerder uitzien als moeder en dochter en een Spanjaard die geen woord Engels praat. We moeten ons allemaal voorstellen en vertellen wat onze camino plannen zijn. Sommigen hebben er al een traject in Frankrijk op zitten en gaan al naar huis, anderen gaan de Pyreneeën in twee etappes doen, Ludwine gaat de Camino del norte lopen. Alleen Caroline, ik en de Spanjaard, die Amado blijkt te heten, gaan de Pyreneeën in one go doen en willen dus morgenavond in Roncesvalles aankomen. Na het eten gaat iedereen bijna gelijk naar bed.

De groene pijlen = planning voor Karline.

De rode pijlen = planning voor Jan en de kinderen

Camino route

 

Donderdag 22 september dag 2

St. Jean Pied de Port – Roncesvalles 27 km

Prachtig zicht op de Pyreneeën

We staan nog in het donker op en om 8 uur zijn we en route en door de Porte d´Espagne heen op naar de Pyreneeën met veel stijgen voor de boeg. Ik loop met Caroline, maar het blijkt al snel dat ze een ander ritme heeft en sneller vooruit gaat. Bij het eerste waterkraantje kom ik Amado weer tegen en lopen we samen verder. We blijken wel goed tegen elkaar opgewassen en bovendien heb ik veel zin om zoveel mogelijk Spaans te praten. De dag vliegt voorbij, de temperatuur daalt naarmate we stijgen en het wordt heel mistig, wat jammer is want de vergezichten op 800 meter hoogte waren al adembenemend. Boven de 1000m wordt de natuur desolater en zien we alleen nog pelgrims en schapen en een paar paarden. We zien ook gieren overvliegen.

Even later gaan we bijna ongemerkt de grens over, dat is alleen te merken aan een bordje dat aangeeft dat we in Navarra zijn. Op het hoogste punt op 1400 m kunnen we de steile route rechtstreeks naar Roncesvalles nemen of de iets langere langs de Col de Ibañeta. We kiezen voor de laatste omdat dit een historische plek is, waar Roeland die de achterhoede vormde van het leger van Karel de Grote werd aangevallen door de Basken en niet door de Moren zoals verteld wordt in het ´Chanson de Roland´. Er staat alleen maar een lelijke steen en een nog lelijker kerkje gebouwd in de jaren 60 en het is er heel koud en kil.

Daarna zijn we al snel in Roncesvalles waar we het hele ´verplichte´ programma afwerken. Eerst het klooster met het praalgraf van Sancho IV, een Navarese koning uit de 13de eeuw die meevocht tegen de Moren in de bekende slag van Las Navas de Tolosa in 1212, het keerpunt in de Reconquista, de herovering van Spanje door de christenen. Daarna nog het museum in en het kleinere kapelletje van Santiago en iets dat ze de silo van Karel de Grote noemen. Ze bedoelen het Baskische ´zulo´, dat gat betekent, want het is een osuarium met beenderresten van vele pelgrims en naar verluidt ook die van Roeland en zijn kompanen.

De refugio in Roncesvalles blijkt heel massaal: 183 bedden staan in lange gangen met ´kamertjes´per vier in 2 stapelbedjes. Iedereen krijgt een plek op volgorde van binnenkomst, mannen en vrouwen door elkaar, alleen de WC´s en de douches zijn gescheiden. ´s Avonds eten we een pelgrimsmenu: soep, forel met friet en een danoontje. Daarna nog het laatste verplichte nummer: de pelgrimsmis. Beetje saai en traditioneel. Op het eind wordt er nog een klein woordje gezegd in het Engels, Frans en Baskisch en mogen alle pelgrims naar voren komen om gezegend te worden. De lichtjes gaan uit en alleen het mooie Mariabeeld boven het altaar is verlicht. Het gaat helemaal lukken met die camino!

Vrijdag 23 september dag 3

Roncesvalles – Larrasoaña 26 km

Vandaag zou het, dacht ik, alleen maar dalen zijn, maar er zijn toch enkele steile klimmetjes. In de refugio gaan de lichten gewoon om 6 uur aan en iedereen moet om 8 uur buiten zijn. Gezien er geen winkeltje is, is er ook geen ontbijt en zijn we dus al om 7uur 20 onderweg in het donker. Al snel laat de zon zich zien met mist op de weiden, een prachtig gezicht met de Pyreneeën op de achtergrond. Ik ben weer op stap met Amado en we ontbijten in een bakkerij in het eerste dorpje Burguete. Alle dorpjes zien er hier heel verzorgd uit, mooi wit geschilderd en veel geraniums, doet een beetje Zwitsers aan. Een afwisselende wandeling met bos en weide en mooi aangelegde paden.

In Zubiri kopen we onze picknick en waden met onze voetjes in de rivier. De temperatuur is ondertussen al opgelopen tot 31 graden. We lopen toch nog een stukje verder naar Larrasoaña. De refugio hier is heel basic, maar er zijn wel veel waslijnen in de volle zon. Ik ga meteen aan het werk. Morgen komen we na 15 km al in Pamplona en daar wil ik de tijd hebben om de stad te bezoeken. Onderweg komen we nu steeds dezelfde gezichten tegen. De mensen die tot hier (en niet tot Zubiri) gelopen zijn vandaag, zijn toch een beetje de die-hards en meestal jong, behalve het Franse koppeltje die we de ´viejecitos´ noemen, maar die al met al net zoveel kilometers lopen als wij.

Zaterdag 24 september dag 4

Larrasoaña – PamplonaCizur Menor 24 km

Nogal een slechte nacht gehad met een snurkende Amerikaanse en piepende bedden en met zijn 18en op een kamer. Om 7 uur 10 al weer ´eruit geschopt´. Ik eet als ontbijt een appel die Amado gisteren in een boomgaard heeft opgeraapt. Hij plukt ook steeds bramen en druiven en slaat amandelen uit de bomen. We drinken koffie uit de koffieautomaat op straat. Alle dorpjes die geen ´tienda´ hebben, hebben wel een automaat met koffie, frisdrank en gevulde koeken. Staan we daar net als collega´s op het werk samen koffie te lurpen in het donker. Vandaag ook weer een prachtige wandeling door de vallei van de Arga. Voordat we Pamplona bereiken komen we nog langs Villaba, de geboorteplaats van Miguel Indurain, en voelen ons verplicht om een pokke-end om te lopen om het fietsmonument ter ere van hem te zien.

De binnenkomst in Pamplona gaat over een Romaanse brug en langs de oude verdedigingswerken van de stad. Het is feest in de stad merken we al gauw. In een zijstraatje zien we jongens bij grote reuzepoppen staan klaar om in een optocht te lopen. Ze vertellen dat ze vandaag de ´San Fermines chiquitines´ vieren, de kleine San Fermin feesten. In juli vieren ze hier de echte San Fermín met een ´encierro´ waarbij de mannen voor de stier uit lopen. Er zijn veel blaasorkestjes, mensen die de jota dansen en joaldunaks, mensen met een schapevelletje aan en met een grote koebel achter die ze allen op hetzelfde ritme laten klinken.

We bezoeken de kathedraal met de praalgraven van Carlos III en zijn vrouw Eleonora, een Navarees koningspaar. Daarna gaan we mosseltjes in tomatensaus eten met patatas bravas.

We vragen aan een agente municipal met prachtige blauwe ogen waar er een internet café is en hij gaat speciaal voor mij een foldertje met een kaartje halen om het mij aan te wijzen. Al met al is de dichtste internet mogelijkheid de albergue van Pamplona die midden in de oude stad ligt. Ik ga mijn emails lezen en dagboek intypen en spreek af met Amado dat we elk op eigen gelegenheid nog verder lopen naar Cizur Menor. Als ik de stad uitloop, hoor ik links en rechts ´buen camino´. De mensen zijn hier zo ontzettend vriendelijk en relaxt. Als ik weer de stad uit ben, kom ik Amado al tegen. Hij heeft last van blaren en was eigenlijk net van plan om rechtsomkeert te maken en een bus naar huis – Bilbao – te nemen, maar hij gaat er toch nog een nachtje over slapen en samen gaan we weer verder op stap naar Cizur Menor.

De herberg behoort tot de Maltezer Orde en wordt uitgebaat door een heel vriendelijk koppel. We betalen hier slechts 4 euro en krijgen daar ook nog ontbijt voor. Er wordt wel een bijdrage gewenst. Ik had mijn sandwich van ´s middags nog niet op en sla de menu del peregrino maar een keertje over. Om 7 uur wordt ik gebeld door Jan en ben ik weer helemaal bij met wat er speelt op het thuisfront. We zitten nog lekker buiten als de zon ondergaat onder genot van een fles rode wijn en een blikje met olijfjes. De jongen uit Barcelona, die ik voor het gemak maar even Manuel (from Barcelona) noem en die we al vaker gekruist hebben, vertelt over zijn vorige camino´s. Hij heeft al een stuk of zeven keer de camino gelopen.

Zondag 25 september dag 5

Cizur Menor – Alto del Perdón – Puente la Reina Maneru 23 km

We worden heel persoonlijk gewekt door de man van het koppel die de herberg uitbaat, deze keer maar om 7 uur, en zien de zon opkomen over de heuvels met windmolens. Zo meteen moeten we zo´n heuvel over en komen we in de Alto del Perdón.

Heel vroeger zou hier een pelgrim getart zijn door de duivel om Santiago te vervloeken, maar vandaag staat hier een mooi bronzen monument ter ere van de pelgrims. Het uitzicht is prachtig. Vandaag opnieuw een prachtig zonnige dag, maar het belooft ook weer warm te worden.

In Puente la Reina is het ook feest, althans de hele calle Mayor is één grote folkloristische markt. Hier komen alle camino´s uit Frankrijk bij elkaar: Aquí se juntan todos los caminos y se hacen uno solo. Omdat we nog geen 20km gelopen hebben, besloten we verder te gaan tot in elk geval het volgende dorp, Mañeru.

We komen in een prachtige herberg met gratis internet en keuken, maar jammer genoeg is de winkel dicht omdat het zondag is. Er is ook al geen restaurant met menu del peregrino, het wordt dus een maaltijd in de lokale bar.

 

 

Maandag 26 september dag 6

Mañeru – Estella 17km

Ik heb ontzettend goed geslapen hier. Later kwamen nog een Duits meisje, een Italiaans meisje, een Oostenrijkse jongen en een Nederlandse man binnen. Alles was potdicht in het dorp, omdat het zondag was en dus waren we op de lokale bar aangewezen waar alle mannen in het dorp voetbal zaten te kijken. Of liever, ze liepen rond voetbal te kijken al palaverend en commentariërend. Het lijkt wel of Spanjaarden nooit zitten. Vanmorgen een ontbijt gekregen met Bimbo toast en jam en rond 7 uur 45 vertrokken.

De natuur wordt nu merkelijk droger en de paden breder zonder schaduw van de bomen. Vanaf 11 uur wordt het al warm. Rond 12 uur zijn we al in Estella en besluiten maar te stoppen voor vandaag, anders moeten we verder naar Villamayor de Monjardín en dat ligt bovenop een berg. We zien het niet zitten om in de hitte nog die klim te maken. We checken in bij de albergue municipal en gaan inkopen doen in de Eroski supermarkt. Voor vanavond een tortilla española uit de magnetron aangevuld met ansjovis, huzarensalade en Baskische cuajada, een soort van yoghurt. Ik zit daarna de siësta uit op de patio met een stel Canadezen, een Oostenrijkse moeder en dochter en het Tsjechische meisje. Ik heb toch het gevoel dat ik mijn huiswerk niet helemaal gemaakt heb, te weinig kilometers gelopen en te veel vrije tijd. Na de siësta gaan we nog even het stadje in langs de San Miguelkerk. De kerk van San Pedro de la Rua is dicht voor restauratie.

Binnenkort verlaten we Navarra en Baskenland en komen in de Rioja streek. We komen steeds meer veldjes tegen met druivenranken waar we af en toe een trosje van plukken. De druivenpluk zal nu ook beginnen. Navarra en het Baskische volk vallen me enorm mee. Vele mannen roepen je ‘buen camino’ toe terwijl ze wel honderden pelgrims per dag voorbij zien komen. Ook staan ze altijd klaar om je de weg te wijzen. Alles ziet er hier goed verzorgd en opgeknapt uit. Kortom, een opgeruimd en goed georganiseerd volkje.

Dinsdag 27 september dag 7

Estella – Los Arcos – Torres del Río

Gisterenavond aan tafel was het één kakofonie. Er waren veel jonge mensen, vooral Koreanen. Die komen hier bij bosjes de camino lopen, maar ze spreken bijna geen Engels, dus conversatie is niet echt mogelijk. Toch was het een echt kippehok en leek iedereen elkaar heel goed te verstaan. We staan nog voor zessen op en zijn voor zevenen de deur uit. Nog in het donker komen we aan bij het klooster van Irache, waar ook een wijnbrouwerij is. Buiten zijn twee kraantjes, eentje met water en eentje met wijn. Samen met de Canadezen en de Oostenrijkse moeder en dochter klinken we in het donker op de camino. De wijn smaakt azijnig, maar dat komt doordat het hele jonge wijn is.

Versterkte burcht Villamayor del Monjardín

In de koelte van het ochtendgloren maken we de klim naar Villamayor de Monjardín. De ruïnes van het kasteel liggen hoog op een berg, maar gelukkig moeten we daar niet helemaal naar boven.

Tegen de middag komen we aan in Los Arcos na 20km non-stop gelopen te hebben. In het eerste winkeltje kopen we brood en ham en ik zoek meteen het ayuntamiento (gemeentehuis) op voor een sanitaire stop. Ze hebben daar altijd nette WC’s. Een beetje uitgeput installeren we ons op het plein. We treffen er weer de Duitse Anna, de Oostenrijkse Hannes, de Italiaanse Sara en de Nederlander Rien. De meisjes hebben blaren en gaan vandaag verder met de bus.

We bekijken de zwaar barokke Santa Maria kerk met goud versierde altaren en beschilderde plafonds. Volgens mijn boekje is dit een schoolvoorbeeld van de ‘Isabella-stijl’. Aan de overkant van de brug is de albergue municipal. Daar werken altijd Belgische vrijwilligers, dus ga ik er langs om gedag te zeggen. We blijven er niet overnachten, want we willen nog wel een stukje doorlopen. Het is er heel druk, want de groep Koreaanse jongeren is er net aangekomen.

Na twee uurtjes doorlopen in de hitte bereiken we Torres del Río. We komen voorbij de lokale bar annex albergue en worden heel erg aangetrokken door het ienemienie kleine, maar onweerstaanbare zwembadje, dus checken we hier in. In de patio treffen we Hannes en Rien, de meisjes komen later met de bus. We ‘duiken’ het zwembad in en zwemmen ‘baantjes’, twee steken en je bent aan de overkant, maar het doet enorm deugd.

Iets later gaan we ook nog het kerkje bekijken. Om binnen te komen moeten we de sleutel vragen aan Doña Carmen die gewoon in de bar van onze albergue blijkt te zitten. Het kleine Romaanse kerkje heeft een achthoekig grondplan en een ingewikkeld kruisribgewelf met Moorse invloeden. Het werd gebouwd in de 12de eeuw door Moorse arbeiders.

‘s Avonds zitten we aan tafel met allemaal Duitstaligen en moet ik mijn beste ‘Skilehrer Deutsch’ boven tafel halen én vertalen voor Amado. Een koppeltje Duitsers hebben voor alle pelgrims een bijnaam bedacht: John uit de VS heet Johnny Walker en de Nederlandse vrijwilligers in Roncesvalles met krulletjeshaar heet Rudi Carrell.

Woensdag 28 september dag 8

Torres del Río – Viana – LogroñoNavarrete 32 km

Vandaag weer vroeg op, want er ‘moet’ meer dan 30km gewandeld worden. Vlak voor Viana passeren we de grens tussen Navarra en La Rioja. In Viana drinken we een koffie in een bar met croissantje erbij. Langs de weg eten we verder alles wat er zo’n beetje groeit en bloeit: druiven, amandels, vijgen, enz.

Om 12 uur steken we de brug over de Ebro over en lopen Logroño binnen, de hoofdstad van de Rioja. We mogen onze rugzakken in de albergue neerzetten en verkennen de stad. We bezoeken de barokke kathedraal, de Romaanse San Bartolomé kerk en zien buiten de Santiago kerk het protserige beeld van Santiago ‘Matamoros‘, Sint Jacob als Morendoder. Toen de christenen Spanje stukje bij beetje heroverden op de Moren – ik heb het over de Reconquista – riepen ze de hulp in van de heilige Sint Jacob die dan als een Matamoros de strijd ten voordele van de christenen beslechtte. Hij ziet er meer uit als El Cid dan als een arme apostel van Jezus. We eten opnieuw lekkere tapas want we hadden we onszelf beloofd om in elke stad tapas te eten. Vooral de pimientos relleños, gevulde pepers, zijn hier de specialiteit. En natuurlijk een glaasje Rioja erbij. We lopen de stad uit en dutten een beetje in het park tijdens de hitte van de dag.

We lopen nog 12km naar Navarrete. Als Amado op zondag in Burgos wil zijn moeten we een beetje langere etappes lopen. Het lijkt erop dat het gaat lukken, want vandaag is het ietsjes bewolkt en dus een beetje minder warm. We komen om 19 uur aan in Navarrete. Terwijl we een kant en klare diepvriesmaaltijd opwarmen en opeten, horen we de klokken luiden van de kerk. Morgen is het de feestdag van San Miguel, de patroonheilige van Navarrete. Er is vanavond al een mis gevolgd door een optocht, waarbij een beeld van Maria van stal gehaald wordt. Heel logisch als het morgen het San Miguel is. Na het eten kunnen we nog net aansluiten bij de processie. We doen een rondje door het dorp en komen weer bij de kerk waar het beeld voor het kerkraam wordt gezet. Tijdens de processie raken we aan de praat met Reinhard, een Duitser met 30 jaar Spanje ervaring. Hij heeft al verschillende caminos gelopen en is nu op de fiets.

In de bar drinken de mannen nog een wijntje of twee, maar ik kies voor een ‘café bombón’, een mengseltje van koffie, gecondenseerde melk (La Lechera), warme melk, room en kaneel. Heerlijk mierzoet!

Donderdag 29 september dag 9

Navarrete – Nájera- Azofra 22km

Snurken is niet nationaliteitgebonden: we hadden vannacht een Duitser, een Spanjaard en een Colombiaanse die snurkten. En ook nog eens feestvierende mensen op straat.

We lopen deze ochtend in stilzwijgen vooruit met af en toe een zucht en een kreun van Amado die last van een beetje alles begint te krijgen. Ik krijg juist het gevoel dat ik elke dag sterker word en etappes van 30 km kan lopen.

Gekke Dani op eenwieler

We komen vandaag de gekke kerel tegen, ‘Dani’, zijn reputatie was hem al voorafgegaan. Hij legt de camino af op een eenwieler. Hij fietst voor het goede doel (Artsen zonder Grenzen en Greenpeace) en zijn eenwieler en kledij zijn uitgedost met de laatste technische snufjes: 3D camera, apparatuur om de waterkwaliteit te meten, een camera bovenop zijn hoofd die alles vastlegt. Hij schrijft elke dag een stukje voor een technisch tijdschrift en geeft ook massages. Hij heeft het hartstikke druk op de camino!

Voor de middag zijn we in Nájera en kopen in bij de supermarkt. In Nájera is het klooster van Santa Maria la Real, een van de toppunten van de camino, maar het is jammer genoeg dicht voor restauratie. We lopen nog 6km verder tot Azofra en ik wil best nog wel verder, maar Amado is op. Hij ziet in dat hij niet meer tot Burgos kan komen en is nu zijn opties aan het overwegen. De hele dag heeft hij wel tien keer ‘me cago en la leche’ of ‘me cago en la mar’ of ‘ay, me siento muy mal’ lopen jammeren.

Vrijdag 30 september dag 10

Azofra – Santo Domingo de la Calzada – Grañon 21,5 km

Amado gaat inderdaad de bus naar huis nemen in Santo Domingo. Om 11 uur komen we er aan en halen een stempel bij de eerste albergue. Ze vragen of ik voor iemand kan vertalen en het blijken Nederlandse dames te zijn. Ze verbleven in Nájera en toen er eentje
‘s morgens brood wilde halen is ze bestolen en heel hardhandig tegen de grond geduwd. Ze heeft nu haar been bezeerd. De vrijwilliger van de albergue heeft de dames naar de politie en het hospitaal gebracht en naar de volgende herberg in Santo Domingo, waar ze van de schrik kunnen bekomen. Berovingen op de camino zijn blijkbaar ook van deze tijd!

We nemen de tijd om Santo Domingo te bezoeken, niet alleen de kathedraal met de kip en de haan en het graf van de heilige Santo Domingo die voor de pelgrims een weg aanlegde, maar ook het ‘Centro de Interpretación del Camino de Santiago. Je kan er een parcours afleggen van de ‘express-camino’ door op een loopband het traject af te leggen en in elk zaaltje haal je een stempeltje.
Beetje kinderachtig. Het valt me op dat alle toeristische foldertjes verschrikkelijk slecht naar het Engels vertaald zijn. Gisteren zag ik ook al op het informatiebord bij de kerk van Azofra dat ze een kruisribgewelf een ‘groin vaulted ceiling’ noemen!

afscheid van Amado

Na een paar lekkere tapas – noblesse oblige – gaat Amado richting bus en ik nog 6,5 km verder naar Grañon. Het doet wel raar om nu toch echt gewoon alleen de camino te lopen. Ik heb het idee dat mijn camino nu pas echt begint, tot nu toe heb ik alles als een heerlijke vakantie ervaren.

Ik wil graag in Grañon overnachten, want daar is een herberg in de klokkentoren van de kerk. Alle pelgrims worden hier heel goed ontvangen. Iedereen wordt verondersteld naar de mis te gaan om 7 uur, daarna is het gezamenlijk eten en daarna volgt nog een meditatief moment. De douche is heerlijk warm, maar de slaapplekken zijn wel gewoon matjes op de grond. De vrijwilligers die vandaag koken zijn twee Italiaanse dames, dus ik dacht dat wordt pasta, maar het wordt linzensoep. Na de maaltijd gaan we naar het oksaal van de kerk dat met kaarsjes is verlicht en iedereen komt aan de beurt om te vertellen wat de camino persoonlijk voor je betekent. Veel mensen zijn heel geëmotioneerd. De aanwezige Koreanen spreken hun boodschap in het Koreaans uit, dus nu weet ik nog steeds niet wat ze bezielt om deze camino te lopen.

Zaterdag 1 oktober dag 11

Grañon – Belorado – Villafranca Montes de Oca 30 km

Zie je mijn schoenen? - herberg Grañon

We ontbijten ook weer gezamenlijk en dan gaat ieder zijns weegs. ‘s Avonds waren we nog innig bijeen, maar het lopen is een ‘go it alone’ business, hoewel er toch veel mensen zijn die in duo’s lopen . De 9 km naar Belorado loopt over een saaie grindweg parallel aan de nationale weg naar Burgos. Voordeel is dat je meteen de kilometeraanduiding naar Burgos kan volgen en de kilometers ziet slinken.

Het is nu ‘s ochtends vroeg slechts 8 graden, maar vanaf de middag loopt de temperatuur nog steeds hoog op. Ik loop van het ene dorp waar alleen een bar is naar het andere dorp waar alleen een bar is, terwijl ik gewoon een brood wil kopen. Dat kan als ik na 30 km in Villafranca Montes de Oca aankom. Ik hou er voor vandaag mee op, want de volgende herberg is in San Juan de Ortega 12 km verder. Bovendien wachten mij de Montes de Oca en die doe ik liever in de koelte of liever gezegd koude van de ochtend. Ik zou morgenavond in Burgos kunnen aankomen, maar dan moet ik morgen 36 km lopen. Ik kies voor de particuliere albergue die is ondergebracht bij een hotel met parador allure. Ik heb me laten strikken door een reclamebord waarop ‘gezamenlijke avondmaaltijd’ stond en dat leek me wel gezellig. Maar nu blijkt dat ze hiermee gewoon de standaard ‘menu del peregrino’ bedoelen. En die kost ook nog eens 13 euro in plaats van de gebruikelijke 10 euro. In de albergue heb ik de badkamer wel voor mij alleen. Er liggen ook nog eens stapels Hola’s en Semana’s, dus ik kan mijn achterstand aan kennis over royalty en filmsterrengossip weer eens bijspijkeren. Een groter contrast met gisterenavond is niet denkbaar!

Zondag 2 oktober dag 12

Villafranca Montes de Oca – Burgos 36 km

Ik had aan een Amerikaanse en een Zweed gevraagd of we samen het eerste stukje in het donker zouden lopen, maar als ik ze om 6 uur hoor opstaan, denk ik, ik blijf nog lekker liggen tot het licht wordt. Om 7 u 30 op pad. De Montes de Oca zijn helemaal niet bergachtig, even een klimmetje en dan kom je op een hoogvlakte met dennenbossen en heide.

Ik kom langs een monument voor 300 mensen die in 1936 door de Franco troepen hier zijn gefusilleerd. Bij het monument staan twee vrouwen die in dezelfde herberg waren. Ik dacht dat ze Amerikaans waren, maar het blijken Nederlandse vrouwen te zijn, Judith en Marianne. Judith woont al 19 jaar in Canada, net zolang als ik in Nederland woon. Haar kinderen zijn iets ouder dan die van mij. We hebben het de hele tijd over de ‘pros en cons’ van leven in een ander land. De dames kunnen maar een weekje weg van huis en vliegen dinsdag al weer terug. Hun tempo is behoorlijk wat lager dan dat van mij, maar we lopen samen door naar San Juan de Ortega en bezoeken daar de kerk en het klooster.

San Juan de Ortega was de volgeling van Santo Domingo de la Calzada, die ook veel voor pelgrims heeft betekend. In de kerk, voor zijn graf, brand ik een kaarsje voor José, opdat hij veilig uit Afghanistan terug komt, voor Alexia, dat ze een goede baan vindt en voor Jan en de kinderen, dat hen tijdens mijn afwezigheid niets ergers mag overkomen dan de dood van onze hamster. Hier hebben ze tenminste eens echte kaarsen. In de meeste kerken hebben ze van die verschrikkelijke plastic kaarsjes vers van de Blokker.

Ik spreek met Judith en Marianne af dat we samen uit eten in Burgos morgenavond. Zij plannen er twee dagen over te doen en ik wil er vanavond al aankomen en dan een dag rust houden. De laatste 10km zijn heel saai en warm: langs een vliegveld, een soort van Vinex wijkje, een industriegebied en als je dan eindelijk de stad inkomt duurt het nog 3 kwartier voor je bij de albergue bent. Gebroken kom ik er aan en zoals ik al vreesde mag ik hier geen 2 nachten blijven. De hospitalero verwijst me voor morgen naar het gebouw ernaast. Daar woont een dame die kamers verhuurt voor 16 euro per nacht. Geen slecht plan. Ik lig eerst een uur op bed en verzamel dan moed om te gaan douchen en de stad te verkennen. De kathedraal is al gesloten, maar ik loop verder langs het gezellige Plaza Mayor en vind het plein waar het bombastische standbeeld van El Cid staat. Ik was hier al eens eerder met papa, mama en Kristien in een koude kerstvakantie van 1976 denk ik. We logeerden toen in een hotel op dat plein bij El Cid.

Maandag 3 oktober dag 13

Dagje vrij in Burgos

Als ik mijn ogen opendoe om 7 u 15 is de hele slaapzaal al bijna ontruimd. Ik moet me nog haasten om hier om 8 uur de deur uit te zijn. Ik kan meteen inchecken een deur verder bij de dame die kamers verhuurt. Het is stervenskoud ´s ochtends vroeg in Burgos. Ik kan nog de zondageditie van El Pais kopen en installeer me met koffie en croissant in een bar totdat de kathedraal opengaat.

prachtig plafond kathedraal Burgos

een kathedraal van 'kantwerk'

De kathedraal is van buiten al heel indrukwekkend met mooi beeldhouwwerk in de portalen, maar binnen heb je meer dan een uur nodig om alle zijkapelletjes en het klooster te bekijken. Ik was helemaal vergeten dat hier niet alleen de´koffer´van El Cid hangt, maar dat hij hier ook begraven ligt. Heel opvallend is de Papamoscas, een figuur die hoog in een gewelf hangt naast een klok en op elke klokslag zijn mond open en dicht doet om als het ware vliegen te vangen.

Daarna neem ik een bus naar het Miraflores klooster. Als ik het weggetje naar boven loop kom ik Judith en Marianne tegen. Ze zijn de laatste 10km met een taxi naar Burgos gekomen en hebben net dit klooster bezocht. Ik ben vergeten water te tappen en bij het klooster is geen WC, maar de man aan de ingang is zo vriendelijk om tot twee maal toe mijn flesje te vullen en mij ook nog een glas water te geven. In Miraflores liggen de ouders van Isabel van Castilië of Isabel la Católica begraven, Juan II de Castilla en Isabel de Portugal. Het is een prachtige plek om even te zitten en ik moet er lang zitten, want mijn bus terug is pas om 16u30.

Een man wijst me echter op een weggetje door de verdorde grasvelden en beweert dat het maar 15min lopen is naar de kathedraal. Nou, ik doe er een uur over. Bij de albergue wil ik graag eens al mijn spullen inclusief slaapzak wassen, maar de hospitalero herkent me van gisteren en omdat ik er niet meer verblijf mag ik van hem daar niet meer wassen. Wat bureaucratisch! Ik ga me dan maar optutten, want ik heb afgesproken met Judith en Marianne op een terrasje bij de kathedraal. We lopen samen door de stad en ik zie ook nog Anne, Sara en Hannes. Die zitten hier maar even in een driesterrenhotel. In een tapasbar eet ik de specialiteit van Burgos, morcilla, oftewel bloedworst. Slechte keuze, want ze doen er hier rijst in en het heeft niets vandoen met de smeuïge Vlaamse bloedworst. Na koffie en cake nemen we afscheid, want de dames nemen morgen de trein naar Madrid en vliegen daarna naar huis.

Dinsdag 4 oktober dag 14

Burgos – Hontadas 30km

Begin van de gortdroge Meseta

Ik sta heel laat op, om 8 uur. Ik wil, voor ik Burgos verlaat, ook nog het Monasterio de las Huelgas bezoeken en dat gaat pas om 10 uur open. Het ligt op de route na een half uurtje wandelen. Er komt al snel een hele groep Spaanse dametjes met gepermanent haar die naar Maja zeep ruiken. Ook zijn er twee peregrinos, een Spanjaard en een Amerikaanse. Het klooster is alleen per rondleiding te bezoeken en er is veel interessants te zien: de graven van Alfonso VIII en zijn vrouw Eleonor. Zij was de zus van Richard Leeuwenhart. In kijkkasten zijn ook hun gewaden te zien, alles in zijde met goudbrokaat. Ook opvallend is de Santiago kapel met een prachtig mudéjar plafond waar een beeld van Santiago staat met een zwaard in zijn hand. In de kapel kwamen kandidaat-ridders om zich door het beeld tot ridder te laten slaan.

Het is al 11 u 30 als ik eindelijk Burgos uitloop. Eerst nog een saai stuk langs de snelweg en dan kom ik echt in de Meseta, Ik loop de hele tijd parallel met de Amerikaanse en de Spanjaard die ook in het klooster waren.

Rond vier uur kom ik in Hornillos del Camino. Op het lokale plein en in de bar zitten zo ongeveer alle mensen die ik de laatste dagen op de camino heb ontmoet. Ik installeer me ook, maar twijfel of ik hier wil blijven of verder lopen. Het gezelschap is aantrekkelijk, maar ze lopen allemaal trager dan ik en bovendien zou ik hier in de sporthal moeten slapen. Ik heb geen zin om snurkers in echo te horen en loop dus 10km verder naar Hontadas. Ik loop nu helemaal alleen met de avondzon in mijn gezicht. Om 7 uur ben ik er eindelijk en ga snel douchen en eten en bed in. Mijn buurman op het stapelbedje boven is een sympathieke Engelsman, maar midden in de nacht vind ik hem al veel minder leuk, want hij snurkt van ´t vaderland weg, om maar eens een Vlaamse uitdrukking te gebruiken.

Woensdag 5 oktober dag 15

Hontadas – Boadilla del Camino 28,5 km

Half acht weer op pad. Ik kan mijn mijnwerkerslampje dat ik in Burgos kocht inwijden. De kilometers schieten lekker op in de Meseta, maar het landschap wordt wel saai.

Zicht op Castrojériz

Al gauw zie ik in de verte Castrojériz liggen, een hoge bult die uit het landschap steekt met de ruïne van een versterkte burcht en het dorp tegen de bult aangeplakt. Bij de albergue staat een hospitalero met een Australische vrouw gestoofde peertjes uit eigen boomgaard uit te delen. Smaakt heerlijk. Een Canadese, Lena, op de fiets, komt er ook bij en we gaan samen koffie drinken. Er is ook een markt en ik koop groente in voor een ratatouille. Al met al ben ik zo twee uur kwijt in Castrojériz en ik ben niet eens een kerk binnen geweest, want die waren allemaal hermetisch dicht. Na Castrojériz volgt nog een bult die we wel over moeten, een hele klim.


Hospitalero met stoofpeertjes

Ik kom voorbij Itero de la Vega en 10km later ben ik in Boadilla del Camino. Aan het begin van het dorp ligt een albergue, Putzu. De albergue heeft een heerlijke tuin met appelbomen, maar nog belangrijker, een keuken en wasmachine. Eindelijk kan ik de hele zooi een keertje wassen en snel laten drogen in de zon. De hospitalero is nogal prettig gestoord en heet Serafín. Hij is druk bezig met metselspecie om aan de ingang een patroon met witte en zwarte keien aan te leggen. Er is nog een andere jongen, Marcos uit Madrid, die met de fiets is gekomen en daarom nog niet mag inchecken, want wandelaars hebben voorrang. Wat een rust hier! Ik vind het helemaal niet erg om maar met zijn tweetjes te zijn. Ik lig een tijdje in de hangmat – Serafín noemt mij ‘la reina del albergue’ – en iets later loop ik met Marcos het dorp in. Bij de andere herberg is zowat iedereen ingecheckt. Ik maak voor mezelf een reuzegrote salade en deel mijn ratatouille met Marcos. Heerlijk veel groente na al die dagen ´menu del peregrino´. Marcos kan het wel appreciëren, want hij leeft zo´n beetje op chocoladerepen geloof ik. Voel me weer helemaal moeder de vrouw. Marcos doet wel netjes de afwas. Ik probeer nog even de computer uit, maar het is een hopeloos ding vol virussen.

Een echte - traag werkende - camino computer!

Donderdag 6 oktober dag 16

Boadillo del Camino – Carrión de los Condes 25km

Ik heb heerlijk geslapen met alleen twee mannen in huis. Zonder ontbijt de deur uit, maar binnen 5 km ben ik in Frómista waar ik brood koop en in een bar koffie ga drinken. Ik zit er mijn tijd uit in de warmte binnen totdat de San Martín kerk opengaat. Dit is na de kathedraal van Santiago en de San Isidoro in León, het schoolvoorbeeld van een Romaanse kerk. Gebouwd in 1066. Ik denk dan meteen: ´1066 – the Battle of Hastings’. Onder de daklijst zie je allerlei figuren: mensen- en dierenkoppen, maar ook plantenmotieven. De kerk is in 1984 gerestaureerd. Ik loop ook de San Pedro kerk in. Hier hebben ze in 2004 een geschilderd retabel teruggevonden achter een muur met voorstellingen uit het leven van Santiago. Je merkt dat je hier weer in een andere provincie bent. In elke kerk speelt gregoriaanse muziek en moet je een euro betalen. Bij de brug in Itero de la Vega gisteren ben ik de provincie Palencia binnengelopen.

Even buiten Frómista zie ik weer een schaapherder en blijf een tijdje kijken hoe zijn honden de kudde over de nationale weg heen leiden. Daardoor word ik ingehaald door een groep kwebbelende Italianen, duidelijk dagjesmensen: kleine rugzakjes en teveel spraakwater. Een man loopt apart van de groep en vraagt me welke taal ik spreek. Hij hoort bij de Italiaanse groep, maar blijkt een Nederlandse moeder te hebben en spreekt perfect Nederlands. Wel met een Bartje accent uit Drenthe – ik bid nie vo brune bonen, want zijn opa en oma woonden in Drenthe. Maar over die brune bonen hoor je een zangerige Italiaanse intonatie. Heel grappig. Hij wil zelf ook niet bij de spraakwatervallen lopen. Ze maken een reisje van een week, bezoeken Burgos, León en Santiago en lopen drie verschillende trajecten van de camino.

In het dorp Villacázar de la Sirga loop ik binnen in de Santa Maria la Blanca kerk, bekend om haar blanke Mariabeeld, maar ook om de graven van Don Felipe, de broer van Alfonso X, de Wijze (13de eeuw) en zijn vrouw. De sarcofagen zijn kleurrijk beschilderd en bewerkt met mooie gebeeldhouwde figuren van rouwende mensen. Er is ook een beschilderd retabel in de stijl van de Vlaamse primitieven, geschilderd door meester Alejo. Een saaie 6km verder langs de nationale weg naar León, kom ik in Carrión de los Condes, waar ik incheck bij de Arme Klaren. Van buiten een mooi kloostergebouw, maar van binnen nogal krap en basic. In de keuken kan je alleen iets opwarmen in de magnetron. De hele keuken is smerig! In de supermarkt koop ik een kant en klare fabada voor in de magnetron. Er zit al een groepje te eten, allemaal hele jonge mensen, Engels en Duits. Ze gaan naar de mis om 8 uur en omdat ik niets anders te doen heb ga ik ook mee. Op het eind mogen alle peregrinos weer naar voren komen en worden we deze keer persoonlijk gezegend. We moeten ook allemaal zeggen uit welk land we komen. Er zijn 14 nationaliteiten vertegenwoordigd!

Vrijdag 7 oktober dag 17

Carrión de los Condes – San Nicolás del Real Camino 31 km

Gisteren en vandaag voor het eerst donkere wolken, maar geen druppel regen. De wolken trekken hier gewoon weg.

Vandaag weer een saai stuk. De eerste 17km naar Calzadilla de la Cueza is er helemaal niets, zelfs geen kraantje. Onderweg kom ik Maaike tegen, een Nederlandse gepensioneerde logopediste. Ze komt helemaal lopen uit Le Vezelay en heeft een flink staptempo. Toch stopt ze twee dorpjes eerder in een albergue, want ze wil zo lang mogelijk genieten van de camino.

Ik kom daarna weer de Engelse dames tegen van de eerste avond, Gail en Jan, en we lopen samen naar de albergue in San Nicolás del Real Camino. De namen van dorpen zijn hier indrukwekkend, maar de dorpen zelf stellen niets voor. Opvallend is wel dat hier nog veel lemen huizen staan. We hebben een mooie herberg met restaurant en een zonnige tuin.

We zitten aan tafel met de Engelse dames, de Amerikaanse die ik al een paar keer tegenkwam, twee Brazilianen en nog een Amerikaan die zichzelf Carlos noemt. Hij was in augustus hospitalero in Bercianos, een dorpje dat ik morgen passeer. Als ik hem vertel dat ik half Nederlands, half Belgisch ben, heeft hij het meteen over hoe dol hij is op Haagse hopjes en Leonidas pralines en hoezeer hij onder de indruk was van de oorlogsgraven van de Eerste Wereldoorlog rond Ieper.

Zaterdag 8 oktober dag 18

San Nicolas del Real Camino – Burgo Ranero 26,8 km

Ik verlaat als laatste de herberg en wandel helemaal alleen. De meute waarmee ik gisteren vertrok uit Carrión de los Condes zit nog twee dorpjes achter mij. Zeven kilometer verder ben ik al in Sahagún. Het eerste wat ik zie is de albergue die is ondergebracht in de kerk van La Peregrina. Ik moet verschrikkelijk plassen en de deur staat open, dus ik grijp mijn kans. Als ik uit de WC kom, komt een vrouw met emmer en Spaanse dweil in de aanslag net aanlopen en als een Spaanse furie stuurt me weg, niemand hoort hier binnen te komen voor 11 uur, schreeuwt ze me na. Nou ja, de deur stond gewoon open hoor.

San Lorenzokerk SahagúnIn Sahagún zijn twee kerken de moeite waard om van buiten te zien. Die van San Tirso en die van San Lorenzo. Allebei romaans maar met een bakstenen toren in mudéjarstijl. Er is ook een marktje en ik koop nog maar eens de ingrediënten voor een ratatouille. Het stadje ziet er verder vervallen en smerig uit, veel vuilnis op de grond. De route daarna is een beetje saai, een rechtoe rechtaan weggetje langs een asfaltweg.

Ik kom Gail en Jan weer tegen. Jan heeft last van een peesontsteking en loopt vandaag niet verder dan Bercianos. Bij de albergue van Bercianos eet ik mijn lunch. Even later als ik weer alleen loop, vraagt een man in een auto of dit de weg is naar Burgo Ranero, ik antwoord domweg  ‘ja’ en hij rijdt verder. Vijf minuten later zie ik hem weer terug rijden. Rare knakker.

Ik kom aan in Burgo Ranero, echt zo’n agrairisch dorp, veel adobe (lemen) huizen en sommige straten zijn niet eens geasfalteerd. In de albergue word ik ingedeeld in de “meisjeskamer”. Er is een Bulgaarse, een Duitse en een Poolse. Allemaal hebben we dezelfde rare knakker gezien die ons een rare vraag stelde en even later rechtsomkeert maakte. De herberg is heel gezellig. Het is ook een huis van leem en er is een keuken. Ik tref er weer Matthias, de Duitser die me in Carrión overtuigde dat ik ook meemoest naar de pelgrimsmis. We delen samen mijn ratatouille en hij maakt er nog pasta bij. We spreken Spaans met elkaar, want hij woont op Ibiza en zijn Spaans is beter dan mijn Duits.

zonsondergang kijken met tijgerdekentje

Na het eten ga ik met de twee hospitaleros, een Spanjaard en een Fransman, naar de zonsondergang kijken. Het is al zo koud dat we ons op een bankje installeren met een dekentje net als de oudjes uit een bejaardentehuis. De Franse hospitalero weet nog te vertellen dat er in België een akkoord zou zijn tussen de politieke partijen. Frankly, my dear, I don’t give a damn.





Zondag 9 oktober dag 19

Burgo Ranero – Arcahueja 30 km

Ik loop een stukje op met Raoul, een van de Brazilianen van twee avonden geleden. Hij loopt een beetje langzamer omwille van blaren. De rest van de dag loop ik alleen.

zicht op de Picos de Europa

Ten noorden van de camino kan je de Picos de Europa zien, het gebergte in Asturias. Ik wil daar best ook eens heen tijdens een volgende vakantie. Ik ben tijdens de camino weer helemaal Spanje-freak geworden en ik heb ontzettend veel zin om nog eens een andere camino te lopen zoals de Via de la Plata of de Camino del norte.

Toegegeven, het laatste stukje naar Léon op deze camino is saai. Eerst had de Meseta nog een speciale charme en gaf je een gevoel van oneindigheid, maar na bijna een week stofhappen begin ik te verlangen naar de grote stad León en daarna naar het groene Galicië. Ik kijk ik ook heel erg uit naar de komst van Jan en de kinderen. Ik heb uitgerekend dat ik op zondag, als ik ze zal zien, in Triacastela kan zijn. We kunnen dan het best in Sárria overnachten en dan kunnen ze een etappe vóór en een etappe na Sárria meelopen.

Halverwege de dag ben ik in Mansilla de las Mulas, een dorp dat nog wel wat voorstelt in tegenstelling tot dorpen als Burgo Ranero, Bercianos of Lédigos, dorpjes die niet echt met het oog op esthetiek zijn ontstaan, maar waar grote loodsen met tractoren het straatbeeld bepalen. Alle dorpjes hier hebben wel lemen (adobe) huizen, maar als het niet goed is bijgewerkt, ziet het er nogal vervallen uit.

Op het pleintje in Mansilla is wel een winkeltje open op zondag waar ik brood en en beleg kan kopen en iets verderop kan ik weer een zondageditie van El País kopen, ik had de vorige nog maar net uit. Een boek lezen op de camino lukt ook niet echt. Ik kan er me er nu niet op concentreren. En na aankomst in een albergue, ongeveer rond drie uur ’s middags, wachten de huishoudelijke klussen: douchen, wassen met de hand, dagboek bijschrijven en als er internet is, mails lezen, dagboek versturen en eventueel nog foto’s downloaden.

In Arcahueja, op 8 km voor León, heb ik er weer 30km opzitten. Ik zit er in de albergue met allemaal dezelfde mensen als gisteren, allemaal Duitsers en ook een koppel Oostenrijkers. Min beste Skilehrer Duits moet weer worden bovengehaald.

Maandag 10 oktober dag 20

Arcahueja – Villar de Mazarife 30 km

Vanaf een hoogte zie ik León al liggen. Voor de kathedraal tref ik weer Matthias. We gaan allebei niet de kathedraal in, want ik kom hier volgende week weer terug met Jan en de kinderen en hij is er zo eentje die niet wil betalen om een kerk te bezoeken.

Rare vogels die pelgrims. De meesten hebben zich niet echt verdiept in de geschiedenis en cultuur van Spanje en de camino. Ik vind een bezoekje aan een stad altijd weer een cadeautje, zeker na eindeloze kilometers stofhappen, het breekt lekker de camino zou ik zeggen.

Nu wel, we willen wel allebei een terrasje in de zon opzoeken, maar daarvoor zijn we te vroeg in León. Bij het eerste dorp na León lukt het wel. We lopen verder samen de hele dag. We zien de natuur veranderen. We zijn duidelijk uit de Meseta, we zien weer bosjes en bomen. Ondertussen vertelt Matthias over zijn leven op Ibiza. Hij is kok en wil wel eens iets anders dan ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat in een restaurant werken. Vele pelgrims zijn op een keerpunt in hun leven en hopen dat ze tijdens de camino het licht gaan zien. Maar de camino zelf brengt je niet tot nieuwe inzichten, je bent hier alleen maar aan  het lopen, praten, wassen, eten en slapen. Misschien komt de inkeer nadien, als je weer met alle materiële zaken thuis geconfronteerd wordt.

We zoeken een herberg op in Villar de Mazarife en net als ik wil douchen is er geen water. Gelukkig is het lek in het dorp snel gerepareerd. We eten opnieuw pasta deze keer met sardientjes. Internet is hier gratis. Ik ga volop mailen en bustijden opzoeken voor als ik na de camino doorreis naar Murcia.

Dinsdag 11 oktober dag 21

Villar de Mazarife – Astorga 34 km

Ik voelde het al midden in de nacht. Ik heb een muggenbeet op mijn oog en ik zie eruit als een zombie. We staan om zeven uur op, maar als ik beneden kom, is Matthias al vertrokken. Weirdo, hij kan het toch gewoon zeggen als hij liever alleen wandelt.

Na 15km kom ik aan in Hospital de Orbigo, bekend van zijn superlange middeleeuwse brug. Waar gebeurd: Don Suero was verliefd op een zekere Doña Leonor. Om indruk op haar te maken organiseerde hij bij de brug een groot riddertoernooi met ridders uit alle windstreken. Het tournooi duurde de hele zomer en hij won, althans dat vermoed ik, want het resultaat was dat Doña Leonor ‘ja’ zei en ze dat ze trouwden.

Ik eet op een bankje mijn stokbrood en ga plassen bij de dokterspraktijk. Ik krijg een SMS-je van Jan om te zeggen dat Isabel tot de gelukkigen behoort die met school mee mag naar Temecula, CA. Jippie! Dit wil zeggen dat wij ook een Amerikaanse in huis krijgen in maart. Vind ik ook heel leuk.

We stoppen met een paar pelgrims bij een verlaten boerderij net nadat we een heel lang warm stuk door de “Párramo” hebben gelopen. Er woont een kerel die daar leeft als kluizenaar. Hij heeft zich geïnstalleerd op een oude sofa en biedt alle pelgrims tegen donatie vruchtensap en koekjes aan. Ook gekke Dani op zijn eenwieler is er weer en gaat de kluizenaar interviewen. Ziet er grappig uit. Mister technisch vernuft interviewt een kerel die al het materiële juist achter zich gelaten heeft. Vroeger had hij een normale baan, een vrouw en kinderen, hoor ik hem zeggen, maar hij is tot inzicht gekomen en wil simpel leven. Een grote stap te ver als het je mij vraagt, zijn gezin was hier waarschijnlijk heel erg blij mee.

Al gauw komen de torens van Astorga in zicht, maar het is al met al toch nog een pokke-end. Na de etappe voor Burgos is dit mijn langste dag.

bisschoppelijk paleis Astorga

Woensdag 12 oktober dag 22

Astorga

Vijf uur in de ochtend. Ik voel me verschrikkelijk. Vanop de slaapzolder langs de krakende trap naar beneden ben ik nog net op tijd bij de toiletten. Als iedereen opstaat forceer ik me om me te wassen en te kleden. Weer bij mijn bed moet ik snel liggen en even later voel ik mijn maag omkeren. Iemand kan me nog net op tijd een vuilnisemmer aangeven en dan ligt alles eruit. De camino gaat niet lukken vandaag. Van de hospitaleros mag ik blijven liggen en ik hoor ze rond mij schoonmaken. Vanzodra ik de kracht heb, installeer ik me op de eerste verdieping dicht bij de toiletten en val weer in een diepe slaap. Ik krijg een sterke siroop tegen maagpijn, maar moet er later zelf uit om bananen en rijstwafels bij de supermarkt en Immodium (heet hier Fortasec) bij de apotheek te halen.

In de loop van de dag voel ik me al een stukje beter, maar met de rust is het afgelopen als de volgende lading peregrinos hun intrek neemt. Ik laat morgen mijn rugzak transporteren en zie verder hoe het gaat met het lopen. Dit is echt de saaiste dag van de camino, ik wil hier echt weg morgen.

Donderdag 13 oktober dag 23

Astorga – Foncebadon 26 km

Het lopen gaat nog een beetje wankelig, ik voel me nog zwakjes, maar doordat ik geen last hoef te dragen ben ik al heel snel in Rabanal del Camino, waar mijn rugzak op me wacht. De wandeling vandaag gaat door de maragatería, het land van de ezeldrijvers. Veel kurkeiken hier en smallere paadjes. Ik ga mijn rugzak ophalen, eet een bocadillo (broodje) en drink een cola en loop dan toch maar de laatste 6km met rugzak naar Foncebadon. Het zijn mooie maar zware kilometers.

Ik check in bij de stemmige albergue Parroquial Domus Dei. Hier wordt gezamenlijk gegeten en het is de bedoeling dat het eten ook samen wordt klaargemaakt. Ik ben door mijn dagje ziek zijn weer bekenden tegengekomen. Anette zit hier ook, de Roemeense Simone en “Manuel uit Barcelona” die eigenlijk David blijkt te heten. Er is ook een hele sympathieke Amerikaanse familie, een ouder koppel met een schoondochter en een schoonzoon. Vader David is al vanaf Le Puy onderweg. Moeder Florence en schoondochter Mia hebben zich bij hem aangesloten in St. Jean en schoonzoon Edward loopt nu ook een weekje mee.

Net voor Foncebadon was er een klein waterbekken waar twee bloedmooie meisjes met een oudere kerel aan het baden waren en gitaar zaten te spelen. Even later komen ze minimaal gekleed het dorp in. De mannelijke peregrinos komen er als vliegen op af. De meiden zijn al twee maanden onderweg uit Burgos zeggen ze. Ze verdienen de kost met poppenspel op straat. Ze zijn blijkbaar op zoek naar gratis logement. Ze kunnen dus ook terecht in onze albergue, want die teert op giften. Terwijl ik keurig op het terras van de albergue mijn dagboek zit te schrijven, sla ik de versierpogingen van de peregrinos gade. Ik hoor een Australiër die meiden vertellen dat als hij 40 jaar jonger was geweest en geen gezin had gehad, hij zeker een poging had gewaagd om ze te versieren. De Amerikaanse schoonzoon is helemaal vol van de manier waarop die meiden de camino beleven en ik hoor hem vragen: ‘Are you on Facebook or are you not into that world at the moment?’ De meiden weten echt het mannenvolk in te palmen, ze hebben het helemaal voor mekaar.

gelukkig is dit niet mijn albergue!

aan tafel in Foncebadon

Vrijdag 14 oktober dag 24

Foncebadon – Ponferrada 28 km

Ik heb de hele nacht jeuk gehad en zit ’s ochtends onder de beten. Deze keer weet ik het zeker. Dit zijn geen muggebeten, maar beten van bedwantsen. Ik laat het zien aan het hospitalero. Tezelfdertijd komt ook een Engelse vrouw met dezelfde klachten. De hospitalero reageert nogal laconiek, zo van ‘ja dat hoort er nu eenmaal bij op de camino’ en niet van ‘OK, we gaan hier vandaag de hele boel maar even desinfecteren’.

Cruz de Ferro

We vertrekken nog in het donker. Na enkele kilometers komen we bij een echt monument van de camino, nl. de Cruz de Ferro, een hoge boomstam met een ijzeren kruis erop geplaatst op een berg van stenen die het resultaat is van alle steentjes die peregrinos door de eeuwen heen hier hebben achtergelaten. Ik dacht een gigantisch grote berg te zien, maar opeens sta ik er bijna vlak voor. Het is veel minder hoog dan ik dacht. We gaan met het groepje mensen uit de albergue nog steeds in het donker op de steenhoop zitten. Op zich zou dit een prima plek moeten zijn om de zonsopgang te zien, maar de Cruz de Ferro is een bekende stopplaats en daarom is er een grote parkeerplaats met daaromheen allemaal pijnbomen die het uitzicht versperren. Het heeft allemaal niet zoveel effect op me vrees ik. Ik heb wel mijn steentje dat ik al met me mee draag sinds de Pyreneeën en gooi het op de steenhoop. Baat het niet dan schaadt het niet. Ik geloof eigenlijk meer in kaarsjes branden in kerken, dit is zo geforceerd meditatief moeten doen. Ik wacht nog tot de zon echt op is en dan ben ik weer op weg.

mooi zicht op de Montes de León voorbij Cruz de Ferro

Even later neem ik een sterk stijgend weggetje even van de camino af om het uizicht te bewonderen. Dit vind ik een heel stuk indrukwekkender. Na de volgende bocht kan je Ponferrada al zien liggen, best een grote stad, maar het duurt dus nog kilometers voor we daar zijn. In Molinaseca is ook een mooi Romaanse brug zoals in Hospital de Orbigo, alleen lang niet zo lang. Ik zit er een tijdje op een bankje langs de rivier en loop daarna de laatste kilometers tot Ponferrada.

In Ponferrada is maar één herberg, maar wel met 180 bedden. Ik vraag aan de Deense Anette of ze het een idee vindt als we weer met hetzelfde groepje van gisteren iets klaarmaken, maar ik hoor dat er al is afgesproken dat de Spanjaarden voor de Koreanen gaan koken. Anette en ik mogen wel aanschuiven als outsiders. Omdat ik geen inkopen hoef te doen, ben ik van plan naar de Tempeliersburcht te lopen. Een Amerikaan, Philip, was net hetzelfde van plan en we lopen samen op. We hadden eerder in de herberg al geprobeeerd om een Braziliaans meisje kennis te laten maken met de Braziliaanse Rauol uit Recife. ‘Dat is echt een hele knappe vent hoor’, zei ik haar en Philip knikte beamend, ‘en hij is gescheiden, dus available’, zei ik nog, maar ze toont niet echt belangstelling. Bij de burcht hebben we niet echt zin om naar binnen te gaan, het is een wandeling van anderhalf uur langs de muren. In plaats daarvan kopen we een ijsje. Het ijs is van het merk Carte d’Or, dus Belgisch! Mijn eerste ijsje op de camino. We lopen nog een rondje om de burcht heen. Een heel indrukwekkend bouwwerk en heel goed bewaard gebleven en/of gerestaureerd.

tempeliersburcht Ponferrada

Terug in de albergue heeft Mariché de leiding over het Spaanse kookgebeuren. We eten ‘lentejas’ (linzen) met een beetje chorizo en ham erdoor en brood met tomatencoulis. Als we delen in de kosten komen we uit op 2 euro p.p. Zo goedkoop heb ik nog niet gegeten. En ook lekker.

Spanjaarden koken voor de Koreanen in herberg Ponferrada

’s Avonds kruip ik maar zo diep mogelijk in mijn slaapzak in de hoop dat de bedbugs mij niet kunnen vinden. Mijn beten concentreren zich op mijn schouders, nek, kin en voorhoofd, net die delen die uitsteken.

Zaterdag 15 oktober dag 25

Ponferrada – Villafranca del Bierzo 24 km

De weg Ponferrada uit is heel saai. Kilometers lang de grote weg. Gelukkig is het zaterdag en is er bijna nog geen verkeer in de vroege ochtend. Ik kom Noah weer tegen, het Israëlische meisje dat ik gisteren voor het eerst kort sprak. We lopen de hele dag samen en ze vertelt me honderduit over Israël. Chauvinistisch is ze wel. Zoals alle Israëlische meiden heeft ze twee jaar legerdienst vervuld. Israëlische jongeren gaan daarna meestal een tijdje werken, een stukje van de wereld zien, daarna pas studeren en ten slotte denken ze pas aan trouwen en kinderen. Zij zit nog in de fase van een tijdje werken en vindt haar werk heel leuk. Ze markeert namelijk lange afstandspaden in Israël. Ze kijkt dan ook steeds met een kritisch oog naar hoe de markeringen zijn aangebracht op de camino en beweert dat het in Israël zelfs nog beter aangeduid staat. Als ze aan het werk is heeft ze een dagtaak aan 2km bewegwijzeren. Ze maakt me helemaal warm voor een wandelvakantie Israël. Je kan er bijvoorbeeld de ‘Jesus trail’ doen langs alle pleisterplaatsen uit de Bijbel. Overnachten kan in kibboets, maar ook in de meer comfortabele ‘Zimmer’, hiermee bedoelen ze een soort van chambres d’hôtes. Israeli’s die een romantisch weekendje weg willen boeken zo’n romantische Zimmer met jacuzzi aan toe.


In Villafranca del Bierzo komen we eerst langs de gesloten Santiago kerk met een mooi Romaans portaal. We installeren ons op het centrale plein en lunchen op een terrasje. Voor een klein meisje kan die Noah heel wat verorberen. Ze zegt dat ze constant honger heeft op de camino. Ik zie een aankondiging van een klassiek concert voor vanavond met o.a. de vier jaargetijden van Vivaldi. Ik vind het hier zo gezellig en stemmig dat ik vandaag helemaal niet verder wil wandelen en terstond beslis dat ik gewoon naar dat concert ga vanavond. Noah gaat wel nog verder en we nemen voorlopig afscheid. Ik kom ook nog de groep Spanjaarden tegen en we wisselen nog wat emailadressen uit, want ik vertel dat ik de volgende dagen met mijn familie doorbreng en dat ze me daardoor voor zullen blijven op de camino en we elkaar dus waarschijnlijk niet meer zullen zien.

Ik check in bij de albergue ‘De la piedra’ en zeg meteen dat ik al mijn spullen wil laten wassen. De hospitalero snapt meteen dat ik last heb van beestjes en stelt zelfs voor dat ze mijn rugzak in een badje met ammonia zullen laten weken om te desinfecteren. Ik vraag ook of het heel erg is als ik wat laat terug ben omwille van het concert, maar daar heeft hij geen oren naar, de albergue sluit gewoon om 22.30 uur en dat is dat. Internet is dan wel weer gratis en ik maak er gretig gebruik van. Ik besluit om maar het vliegtuig te nemen om van Santiago in Murcia te komen. Ryanair heeft goedkope rechtstreekse vluchten op Alicante. Zo kom ik ook wel in Murcia. Ik boek een vlucht op 27 oktober.

Nadat ik al mijn schone kleertjes heb opgehangen, ga ik om 7 uur in de rij staan voor een kaartje voor het concert. Poepoe, wat heb ik het weer druk. Daarna installeer ik me op het terrasje aan de overkant om een menu del peregrino te verorberen. De Noorse Sigrid, de twee Australiërs en twee Zweden zitten daar ook en ik schuif bij ze aan. Ik heb geen tijd meer voor het toetje en zeg dat ze maar iets moeten uitkiezen en opeten. Het theatertje van Villafranca is klein maar heel knus, een beetje vergane glorie 19de eeuws. Ik ben denk ik de enige peregrina, allemaal locals hier. Na de vier jaargetijden is er jammer genoeg een pauze. Daardoor kan ik alleen nog het stuk van Bach horen, voor Tjaikovski en Mozart heb ik geen tijd meer. Ik stuif het theater uit en ren door de hobbelige straatjes terug naar de albergue en kom er hijgend om twee minuten voor sluitingstijd binnen. Ik voel me net als Assepoester die niet om middernacht, maar om half elf thuis moet zijn. Gelukkig loopt het goed af en verander ik niet in een pompoen en heb ik gewoon nog mijn after camino plunje aan: zwarte trainingsbroek en kaki vest.

Ik slaap heerlijk in mijn schone slaapzak en in mijn bugfree bed.

Zondag 16 oktober dag 26

Villafranca del Bierzo – O Cebreiro 29 km

Wat ben ik blij dat ik ontbijt heb bijbetaald. Voor het eerst op de camino is er muesli. Sigrid heeft mijn toetje van gisteren bewaard: kaas met membrillo (=gelei van kweeperen). Ik eet het na de muesli met Bimbobrood toastjes. Mmm! Deze albergue is een echte aanrader. Hoewel ik als een braaf meiske op tijd thuis moest zijn, is mijn hele zooi voor 3 eurootjes gedesinfecteerd en de hospitalero heeft ook nog mijn boarding card uitgeprint.

zonsopgang op de ‘camino duro’

Ik ben heel gemotiveeerd om vroeg de deur uit te zijn deze ochtend, want dan zie ik Jan en de kinderen des te eerder. Zij komen vanuit Santiago de Compostela rijden naar Cebreiro. Gisteren hebben ze Porto bezocht. Desondanks kies ik vandaag voor de zware variant, de ‘camino duro’, omdat deze veel mooier is. De makkelijke variant gaat 15km lang over asfalt. Ik moet meteen flink stijgen en het weggetje wordt steeds meer overgroeid met bomen. Ik loop hier helemaal alleen in het pikkedonker en vind het doodeng. Ik besluit maar even de zonsopgang op te wachten. Terwijl ik op een steen zit zie ik de hemel van donkergrijs in lichtblauw veranderen. De vogels hebben het ook door, want meteen komen uit dat enge bosje allerlei vogelgeluiden, ook het oehoe van een uil. Even later komen er twee jongens aanwandelen. Ik zit daar nog steeds op mijn steen met mijn mijnwerkerslampje op en ik vertel ze sans gêne dat ik blij ben dat ik iemand zie, want dat ik toch een beetje bang was in het donker. De camino duro zou eigenlijk de de camino hermoso moeten heten, want dit is een van de mooiste stukjes.

op de camino duro – bijna in Galicië!

Een hele tijd loopt het pad langs mooie oude tamme kastanjebomen. In alle vroegte op zondagmorgen zijn hier al hele families bezig met kastanjes rapen. Daarna is er een steile afdaling en gaat het pad nog 10km lang over het asfalt door de vallei. De laatste 6km gaat weer flink omhoog, dit is de fameuze klim naar O Cereibro.

Als ik er bijna ben, gaat mijn hart steeds feller kloppen en krijg ik een krop in mijn keel. Zouden ze er al zijn? Komen ze mij misschien tegemoet? Maar als ik bij het restaurant kom waar ik kamers gehuurd heb zijn ze er nog niet. Ik bel Jan en hij zegt: ‘ja we zijn ook in Cebreiro, maar we denken toch dat we ergens anders zijn. Er blijken twee Cebreiros te zijn en ze zitten ergens op 30km van Santiago, terwijl ik op 151 km van Santiago zit.

Dat heb ik net kunnen aflezen van een kilometerpaal. Net voor ik O Cebreiro binnenkwam ben ik namelijk Galicië binnengewandeld en in Galicië staan die paaltjes om de halve kilometer en kan je aflezen hoeveel kilometer je nog te gaan hebt tot Santiago. Ik ga alvast maar douchen en het stemmige plaatsje verkennen. Het lijkt hier wel een soort van openluchtmuseum met typische Keltische stenen huisjes, het zijn nu allemaal restaurantjes, hotelletjes en souvernirwinkeltjes. Er is ook een mooi Romaans kerkje bekend om het wonder van het brood en de wijn dat in vlees en bloed veranderde. Eeuwen geleden op een ontzettende gure winterdag moest de pastoor hier de mis voorgaan. Er kwam één boer opdagen. De pastoor vond het belachelijk dat die man dit vreselijke weer getrotseerd had voor een beetje brood en wijn, terstond veranderde dat in echt vlees en bloed. Het hoofd van het Mariabeeld in het kerkje is een beetje naar voren gebogen, dat is zogenaamd omdat ze wilde toekijken naar het wonder dat was geschied.

In elk geval is het nu prachtig zonnig weer met een heerlijk temperatuurtje en ik ga maar vast op een stenen muurtje mijn dagboek schrijven. Eindelijk komen ze er dan toch aanrijden! De kinderen vinden me ietwat vermagerd en vooral heel erg blond geworden. Ze vinden me niet eens verwilderd. We gaan meteen eten want we hebben allemaal reuzenhonger en hebben elkaar veel te vertellen. En vannacht slapen tussen echte lakentjes met mijn eigen ventje!

Maandag 17 oktober dag 27

O Cebreiro – Triacastela 21km

Vandaag een wandeling met het hele gezin en zonder rugzak! Makkie. We lopen van dorp tot dorp steeds met uitzicht op de groene heuvels van Galicië. Rond 11.30 uur hebben we al reuzenhonger en eten bij een bar een bocadillo met omelet. Een oud ventje raakt met ons aan de praat. Hij hoort dat we Nederlands praten en vertelt dat hij in de jaren 70 bij Vredestein heeft gewerkt in Raalte. Als we opstappen wil hij graag een eindje met ons mee lopen. Hij is een beetje eenzaam en is op zoek naar gezelschap. Hij heeft het ook niet zo op zijn gemeentebestuur, dat hij een PSOE maffia noemt, en hij vindt de laatste 15 jaar van het Francobewind de beste tijd die Spanje ooit gekend heeft. Bij het volgende dorpje en de volgende bar nemen we weer afscheid.

We lopen Triacastela binnen

In Triacastela komen we, ook weer bij de lokale bar, de Israëlische Noah tegen en drinken nog iets samen. Ze gaat weer nog een stukje verder wandelen. We besluiten om niet nog eens meer dan twee uur op de bus te wachten en nemen een taxi terug naar O Cebreiro. We gaan in een ander restaurantje eten en daarna vroeg naar bed. Jan en de kinderen zijn het camino ritme nog niet gewend en liggen om 9 uur al onder wol.

Kerk van O Cebreiro
Midden in O Cebreiro
Zonsondergang O Cebreiro

Dinsdag 18 oktober dag 28

Twee dagen van sightseeing.

We rijden helemaal terug naar León. In twee uurtjes zijn we via de Autovía weer terug in León, ongeveer zes wandeletappes!

helaas is binnen fotograferen niet toegestaanWe bezoeken eerst het panteón real, de grafkapel van de koningen van León-Asturië, bij de Romaanse San Isidoro kerk. De kapel heeft prachtige plafondschilderingen met taferelen uit de Bijbel, onder andere een hele mooie schildering van de boodschap van de engelen aan de herders. In mijn gidsje wordt dit ‘de Sixtijnse kapel’ van de Romaanse kunst genoemd. Het pronkstuk van de gotische kathedraal, die heel erg doet denken aan de Franse kathedralen, zijn dan weer de mooie glasramen.

We lopen ook nog langs het bankgebouw dat door Gaudí werd ontworpen in neogotische stijl en het ‘palacio de los Guzmanes’.

Kathedraal van Leon
Prachtige ramen in Katedraal van Leon
Als laatste pronkstuk biedt León ons de Hospedería San Marcos, het oude pelgrimshospitaal met een uitbundige plateresco gevel. Nu is het een vijfsterren parador hotel.
Hospedería San Marcos
Na de middag rijden we eerst naar Virgen del Camino, een plaatsje net buiten León waar een moderne kerk staat. Ik ben daar ook al langsgelopen, maar moet blijkbaar die kerk straal voorbijgelopen zijn. Volgens de legende verscheen hier Maria aan een herder in een humilladero, een klein schuilkapelletje. Terstond werd natuurlijk weer een kerkje gebouwd dat in de loop der eeuwen verbouwd werd, maar uiteindelijk heel erg in verval raakte. Rond 1930 maakte een man die naar Amerika trok de plechtige belofte dat, als hij rijk terug zou komen, hij zijn geld zou schenken voor het bouwen van een nieuwe kerk. Eind jaren vijftig was het zover en in 1961 werd een nieuwe betonnen kerk gebouwd. Hoewel modern, heeft de kerk toch een bepaalde aantrekkingskracht. De beelden aan de voorgevel zijn langgerekte figuren en er zijn veel verwijzingen aangebracht naar de camino.
Binnen is het retabel wel van de barokke tijd en staat ook het 16de eeuwse beeld van de Virgen del Camino.

Daarna racen we – althans zo voelt het na vier weken wandelen – naar Astorga en bezoeken een ander werk van Gaudí, het bisschoppelijk paleis, ook in neogotische stijl. Zowel van binnen als van buiten is het heel bijzonder. Binnenin zijn de ruimtes heel passend bedacht voor de publieke en religieuze functie van een bisschopszetel. Ook het museum van de caminos is hier ondergebracht, maar dat aspect wordt een beetje onderbelicht.

bisschoppelijk paleis in Astorga

We slapen in het hotel Gaudí aan de overkant. Ik raak snel weer gewend aan luxe! Jan en ik maken nog een wandelingetje door de stad en ik laat hem zien waar ik twee nachten in de albergue heb doorgebracht en waar ik me zwaar ellendig voelde. Het lijkt alweer een eeuwigheid geleden. Voor het gemak eten we ook in hotel Gaudí. De inrichting van de zaal ziet er een beetje uit als die van een eersteklasse treincoupé uit de jaren 20/30, straks loopt Hercule Poirot hier nog binnen.

Woensdag 19 oktober dag 29

Sightseeing Astorga en Ponferrada

De volgende ochtend lopen we nog even binnen in de kathedraal van Astorga die er van buiten heel imposant uitziet, maar van binnen eigenlijk niet zo mooi is. Opvallend is het beeldje van een maragato, de typische ezeldrijver uit Astorga, die hoog boven op een toren staat. Onderlangs staat nog een heel stuk van de oude stadsmuur.

We racen weer verder naar Ponferrada waar we de burcht van de Tempeliers bezoeken. We hebben mazzel want juist op woensdag is het hier gratis, audiofoon incluis. We doen er wel anderhalf uur over om alles te bekijken, langs de kantelen te wandelen en de torens te bezoeken. Er is ook een expositie over oude boeken met miniaturen uit de hele wereld, wel allemaal kopieën. We eten een paar tapas aan de overkant. Als toetje willen we een ijsje eten van het ijssalon waar ik de vorige keer dat ik in Ponferrada was ook een ijsje had gegeten. De kinderen waren al helemaal warm gemaakt voor een heerlijk koud ijsje, maar ze blijken pas na vieren ijs te hebben.

Ponferrada, burcht van de Tempeliers

Codex Calixtinus

Een copy van de Codex Calixtinus is te zien in de burcht. Het orgineel werd afgelopen zomer gestolen in Santiago de Compostela. Deze codex bevat de oudste reisgids (de orginele beschrijving van de camino).

Als laatste bezoekje van de dag rijden we naar Samos. Daar is een benedictijnenklooster.

Opvallend in een van de kloostergangen is een fontein met zeemeerminnen en in een hoekje boven op het plafond kan je de tekst lezen: ‘Qué miras bobo’ –
‘wat sta je daar te kijken sulletje’.
In 1951 was hier een grote brand, maar alles is nadien weer heropgebouwd. Er hangen foto’s van bezoeken van onder andere Franco en ook Prinses Irene met haar toenmalige man, Carlos Hugo, waren hier ooit op bezoek.

Samos klooster

Naast het klooster staat de albergue van Samos die er heel Spartaans uitziet. En wie zie ik daar in de deuropening, dezelfde hospitalero van Burgos van wie ik niet mijn was mocht doen.

Vanuit Samos rijden we naar Sarria waar we een hotelletje vinden waar ik de laatste twee nachten zal verblijven met Jan en de kinderen.

Donderdag 20 oktober dag 30

Triacastela – Sarria 17 km

Gisteravond hebben we heel erg ons best gedaan om een restaurantje te vinden met een beetje gezellige inrichting en zonder TV, maar dat is niet gelukt. Ook bij het ontbijt in het hotel staat de TV aan en zo hoor ik dat Madame Sarkozy, oftewel Carla Bruni, een kleine heeft gekregen. Later op de dag als Jan in dezelfde ruimte gebruik maakt van wifi, horen we ook dat Kaddafi gepakt en gedood is. Je hebt hier helemaal geen internet nodig om bij te blijven. In alle bars staat de TV aan of je loopt eens langs een krantenstalletje en leest de krantenkoppen of de voorpagina van de Hola, ben je gelijk ook op de hoogte van alle Spaanse en royalty roddels.
schoen vergeten ?                               mooi pad omhoog

Vandaag weer een luxe wandeldagje zonder rugzak met Jan en de kinderen. Ook een korte afstand. We rijden met de auto naar Triacastela en voor vanavond is ons hotelbedje weer gespreid in Sarria. De wandeling leidt ons door de groene heuvels van Galicië. Gisteren was het hier bewolkt, maar vandaag is er weer stralende zon. Op de TV hebben we wel gezien dat het nu heel slecht weer is aan de noordkust van Spanje. Het is wel een flink stuk kouder, het is slechts 7 graden om 10 uur ’s ochtends en we zijn allemaal in korte broek, omdat we laat vertrekken. Brrr.

Op het traject van vandaag zijn twee routes bewegwijzerd. Omdat we gisteren al Samos bezocht hebben, nemen we de andere route die qua natuur ook mooier is.

Ongeveer halverwege zien we een pijltje naar een boerderij waar koffie en thee wordt aangeboden en waar ook een mineralenexpositie is. We komen terecht bij Antonio Bello die zichzelf alchemist noemt. Ik dacht eerst dat hij daarmee verwees naar het boek van Paul Coelho, maar hij bedoelt dat hij van mineraalstenen gruis maakt en met al die verschillende kleuren van de stenen maakt hij mooie kunstwerken. Hij kent overigens wel Paul Coelho persoonlijk zegt hij. We krijgen er inderdaad koffie en thee. Hij heeft ook net membrillo gemaakt, gelei van kweeperen, die wij als eerste mogen proeven met een stukje kaas erbij. Heerlijk. Daarna krijgen we nog een rondleiding langs zijn kunstwerken. Achter sommige werken is een lampje geplaatst en zo zien er zo nog mooier uit. Alles in warme tinten en aardekleuren. Hij zegt dat hij vooral aan pelgrims verkoopt en dat hij alles kan laten opsturen, maar ja dat zien we toch niet zo zitten. Omdat we het vandaag zo op het gemak nemen zijn we ook pas om vier ’s middags terug in Sarria. Na het douchen neemt Jan de bus om de auto in Triacastela op te halen. Ingewikkeld hoor als je over een auto beschikt. Vanavond is onze laatste avond samen.Jan en de kinderen gaan morgen weer richting Porto en daar nog een beetje shoppen voor ze het vliegtuig nemen en ik ga gewoon weer verder op de camino, nog 114 km te gaan! Vanaf nu geen dagen meer van 30 of meer, hooguit 25 km per dag, ik heb eigenlijk helemaal geen haast om er te zijn, want dan is het weer voorbij.

Vrijdag 21 oktober dag 31

Sarria- Portomarín 21km

Afscheid van Jan en de kinderen

De wandeling vandaag loopt van dorp naar dorp. Tussenin liggen kleine akkertjes omheind door stenen muurtjes, het doet een beetje aan Schotland denken. Het wandelen met de rugzak valt me zwaar, vooral omdat de route tussen de dorpen in steeds stijgt en daalt. Galicië is een prachtige streek van Spanje, maar ik vind het hier toch een beetje achterlijk. De dorpen zijn lelijk en de straten zijn besmeurd met koeienvlaaien. Je ziet hier gewoon meer honden, katten, koeien en tractoren dan mensen. De hele dag kom ik geen bakker tegen, dus ben ik voor de lunch aangewezen op de lokale bar. Ik kom nog wel oude bekenden tegen, nog steeds de mensen met wie ik in de herberg van Grañon was. De Duitse Simone en de Poolse priester die een beetje op Lech Walesa lijkt in zijn Solidarnosc periode. Eerlijk gezegd weet ik niet hoe Lech Walesa er nu uitziet.

Ik denk slim te zijn en overnacht in de Xunta herberg omdat ze daar een keuken hebben. In Galicië behoren de herbergen tot de Xunta van Galicië, de regionale overheid. Ik moet het zeggen, het is er nogal achterlijk georganiseerd. Ze hebben dan wel een keuken, maar er is gewoon niets, geen bestek, geen potten en pannen. Ik had dat wel gelezen in mijn gidsje, maar ik dacht dat ze dat ondertussen wel veranderd zouden hebben. Nee, het is blijkbaar teveel gevraagd in Galicië. Ben ik na vier nachten hotel te veeleisend geworden? Ik ga deze Xunta herbergen gewoon boycotten de volgende dagen.

Uit verveling kruip ik maar om negen uur in bed. Het bed naast mij wordt bezet door een Fransman uit Montpellier met een echt ´accent du Midi´. Hij merkt op dat ik het waarschijnlijk koud ga krijgen zonder dekentje. De laatste nachten is een slaapzak alleen inderdaad een beetje koud. Ja, zeg ik, maar alle dekentjes waren al vergeven. Ook weer zoiets Xunta-herbergachtigs. Maar omdat onze stapelbedjes tegen elkaar aangeschoven staan, kunnen we zijn dekentje delen. We liggen nog even gezellig te keuvelen onder ons dekentje in ons geïmproviseerde dubbelbed. Volgens hem wordt het maandag verschrikkelijk slecht weer. Dat heeft hij al aan de wolken gezien zegt hij afgelopen woensdag, want toen regende het bij Cebreiro.

Ik krijg nog een SMS-je van Jan om te zeggen dat hun vlucht uit Porto overboekt is. Ze mogen nog een nachtje op hotel en krijgen ook nog een fikse compensatie. Hun hotel ligt vlak naast een groot shopping centre…

 

Stuwmeer Portomarín

Zaterdag 22 oktober dag 32

Portomarín – Palas de Rei 24 km plus omweg naar Villar de Donas

Het licht gaat weer Spartaans aan om zeven uur. Deze herberg maakt me pischagrijnig. Er is ook al geen zeep om je handen te wassen en geen WC papier, dus bonk ik op de mannen WC om een voorraadje op te eisen. Ik ben zo snel mogelijk de deur uit. Ik weet dat ik ergens een voetgangersbruggetje over moet, maar kan het niet vinden. Geen enkele andere peregrino in zicht. Weet je wat, ik loop gewoon een stukje langs de grote weg, denk ik, en na 50 m zie ik opeens het bruggetje en de eerste zwerm peregrinos.

In het eerste dorp drink ik een koffie. Ik bestel nu altijd een café solo met niets erin dus en doe er dan een flinke scheut La Lechera gecondenseerde melk in, een zelfgebrouwen ´bombón´ dus. Een echte energy shot. Ik ben meteen in een veel beter humeur.

Vandaag kom ik langs het dorpje Ligonde. Daar zouden zowel Karel V als Filips II overnacht hebben op weg naar Santiago. Zelfs in hun tijd was het waarschijnlijk luxer dan in de Xunta-herberg! Ik begin een beetje meer oog te krijgen voor de typische kenmerken van Galicische dorpen. Zo staan op heel veel plaatsen hórreos, maïsopslagplaatsen. Ik dacht eerst dat het kleine kapelletjes waren omdat er een kruis op staat. En ik kom ook langs cruceiros, mooie Keltische stenen kruisen.

Een paar kilometer voor Palas de Rei besluit ik een omweg te maken naar het dorpje Villar de Donas. Daar staat een Romaans kerkje met gotische wandschilderingen. Onderweg ernaartoe ontmoet ik een weer een oud ventje. Hij zegt dat hij geniet van al die enthousiaste camino-gangers en het doet hem plezier dat er ook mensen zijn die zijn dorpje de moeite waard vinden om er een omweg voor te maken. Hij zegt dat ik na mijn bezoek een stuk kan afsnijden door langs de grote weg te lopen die later samenkomt met het camino-weggetje en dat er daar een goeie bar is. Bij het dorpje aangekomen zie ik dat het kerkje dicht is. Alleen de eerste en de derde zondag van de maand is er een mis. Daar heb ik niet zoveel aan op een zaterdag. Bij een huis vlakbij weten ze te vertellen wie de sleutel heeft en ik bel daar aan. Een mannetje komt eraan en net op dat moment komt er nog een Duitse peregrina langs. Het mannetje geeft ons heel enthousiast – het stikt hier van de enthousiaste mannetjes in dit dorp – een hele rondleiding in het Spaans en ik vertaal naar het Engels voor de Duitse. Naar het Duits vind ik een beetje ´des guten zuviel´. Toch de moeite waard deze omweg. Volgens mijn boekje zouden de schilderingen glimlachende dames voorstellen, maar het mannetje zegt dat het om koning Juan II van Castillië gaat, zijn vrouw, Isabel van Portugal, en zijn zoon, Alfonso de Castilla, alleen zien de mannen er nogal verwijfd uit. De koningin glimlacht blozend met de ogen neergeslagen à la Lady Di. Pas na de camino kom ik tot de conclusie dat dit hetzelfde koningspaar is van wie ik de praalgraven heb gezien in het klooster van Miraflores in Burgos.

Romaans kerkje Villar de Donas

Met de Duitse Renate loop ik weer terug naar de camino, maar bij de bar blijf ik hangen en gaat zij door. En wie komt daar weer aanwandelen, het oude ventje van daarnet. Hij is opnieuw wildenthousiast om me te zien en wenst me al het goede toe op de camino.

Even later ben ik in Palas de Rei en kies heel welbewust voor de particuliere herberg ´Buen Camino´. Hier is wel een keuken met alles erop en eraan en er is zelfs een Eroski supermarkt in de buurt. Tijdens het eten praat ik met Rachel, een Canadese uit Halifax die ook al voor de tweede keer de camino doet.

Ik krijg geen bericht meer van Jan, zijn ze nu goed thuisgekomen of niet?

Zondag 23 oktober dag 33

Palas do Rei – Arzúa 29km

Vandaag zou het volgens alle weerberichten dan toch gaan regenen. ´s Ochtends is het gewoon bewolkt en komt de zon zelfs af en toe tevoorschijn. Ik ben in het halve donker vertrokken en loop fout. Ik kom op een asfaltweggetje dat opeens doodloopt in een bos. Ik loop enkele weilanden door en kom gelukkig bij een huis waar ik een vrouw buiten aan het werk zie. Ze leidt me naar een ander weggetje dat uiteindelijk weer aansluit op de camino.

Ondertussen heb ik ook nieuws van Jan. Ze zijn natuurlijk goed aangekomen en waarschijnlijk zit mijn inbox van mijn mobiel vol, want ze hebben mij wel berichtjes gestuurd.

Typisch Galicië drie in één: hórreo, kerkje en cruceiro

In Leboreido drink ik weer mijn eigen samengestelde ´bombón´. La Lechera geeft me vleugels! Het valt me op dat de dorpjes hier er veel verzorgder uitzien dan daarvoor. De straten zijn met grote stenen geplaveid en er is geen koeienstront te bespeuren. Rond de middag ben ik in Melide, een tamelijk groot stadje, waar het op zondag een drukte van belang is. Alle winkels zijn nog open en er is ook een markt waar ik weer groente voor een ratatouille koop, ik heb gewoon geen inspiratie voor iets anders. Bij een kerkje aan een kerkhof eet ik mijn brood.Santiago nog minder dan 50km!

Kort daarna begint het heel lichtjes te spetteren. Meteen verschijnen de eerste ´quasimodos´, pelgrims in regenponcho´s waar ook de rugzak onder past. Het zijn allemaal Koreanen die bij de eerste spetters meteen dat ding aantrekken. Twee uur later moeten alle andere nationaliteiten er ook aan geloven, want de regen zet nu echt door. Ik gooi het onding ook maar over me heen. ´À la guerre comme à la guerre´. Volgens de weerberichten gaat het vijf dagen lang regenen. Op zich past het wel bij het einde van de camino om nog even te moeten afzien. Vijf weken lang mooi weer, dat was gewoon geen pelgrimstocht.

In Arzúa kies ik voor de particuliere herberg ´Ultreia´ (Voorwaarts). Ik kan er op mijn gemak mijn ratatouille klaarmaken. Deze keer deel ik die met een Franstalige Belg, Fabrice. Ook Rachel van gisteren is er weer. In de slaapzaal wordt de verwarming aangezet. Ik leg er meteen mijn natte kleren op. Heerlijk gezellig winters warm hier binnen. Morgen de laatste lange dag door het vochtige Galicië. Ik hoop tot Monte de Gozo te lopen net voor Santiago.

Maandag 24 oktober dag 34

Arzúa – Pedrouzo 20 km

Ik slaap lang uit vandaag, tot kwart over acht! Alle mensen hier gaan vandaag tot Pedrouzo, 20 km verder. Naarmate de kilometers op de paaltjes slinken heb ik steeds meer het gevoel dat ik wel in één keer tot Santiago kan lopen.

Het weer is niet zo erg als voorspeld. Steeds kleine buitjes afgewisseld met opklaringen, dus de hele tijd poncho aan, poncho uit. Ik heb steeds moeite om dat ding over mijn rugzak heen te trekken en ik krijg de eerste keer hulp van Stefan, de eerste Vlaming die ik tijdens het lopen van de camino ontmoet. Hij is net met vervroegd pensioen en is in afwachting van de pensionering van zijn vrouw de camino gaan lopen. Hij is tussendoor wel een paar keer naar huis gegaan om zijn vrouw weer eens te zien en het gras af te rijden! Hij vertelt enthousiast over zijn werk. Hij was leraar biolandbouw op een technische school en heeft zijn leerlingen op heel wat Leonardo projecten begeleid. Als zijn groepje bij een tweede bar een stop maakt, ga ik verder en kom weer Fabrice tegen, de Franstalige Belg.

We komen samen aan in Pedrouzo en twijfelen allebei een beetje of we niet zouden doorlopen naar Santiago. We zouden echter vanavond eten met Rachel in de Xunta herberg, dus blijven we toch maar. De herberg is maar een tochtig en goor jaren 70 gebouw dat lijkt weggelopen uit communistisch Rusland. Even later komt Rachel inderdaad binnenlopen en doen we inkopen.

Ondertussen is er op de slaapzaal grote hilariteit ontstaan omdat er een jacht op ´chinches´ (bedwantsen) is geopend. Ze zijn hier al op de muren gedetecteerd. Dat belooft voor vannacht. Was ik maar doorgegaan met mijn Xunta herbergen boycot! Rachel, Fabrice en ik zijn van plan om morgen vroeg op te staan, zodat we om twaalf uur bij de pelgrimsmis kunnen zijn. Tijdens het eten koken bots ik op Ludwine, de Antwerpse die ik de eerste avond in St. Jean ontmoet heb en die de Camino del Norte gelopen heeft langs de noordkust. Vanaf het plaatsje Melide komen de twee caminos samen. We wisselen telefoonnummers uit en spreken af om morgenavond samen uit te eten in Santiago.

Laatste avondmaal vóór Santiago

Dinsdag 25 oktober dag 35

Pedrouzo – Santiago 22 km

Klaar voor Santiago!

Rachel geeft me een por nog vóór zessen. Het miezert buiten. We trekken onze poncho’s aan en zetten onze mijnwerkerslampen op. Rachel en ik en de Italiaanse Sergio – Fabrice was niet zo snel – vertrekken samen. De eerste stukken zijn door een aartsdonker bos. Later komen we voorbij Lavacolla, de plek waar pelgrims zich wasten voordat ze in Santiago aankwamen. Nu is er een vliegveld en net als we langs de schutting van de landingsbaan lopen, landt er een vliegtuig zo´n 10 meter boven ons. Sergio heeft last van zijn knieën en blijft in een bar hangen. Rachel vertelt me de reden waarom ze de camino twee jaar na elkaar doet. Vorig jaar, toen ze net voorbij Astorga was, is haar vader plots overleden. Ze heeft toen alsnog de camino uitgelopen. Dit jaar wilde ze de camino nog eens lopen om het in gedachten samen met haar vader te doen.

Regenboog bij Monte de Gozo

Ondertussen is het licht en zijn we bij Monte de Gozo en zien we prachtige regenbogen.

We komen Santiago binnen om half twaalf maar droppen eerst onze rugzakken in de albergue, het seminario menor. Om vijf voor twaalf zitten we in de mis. Ik heb geen tijd gehad om eerst mijn compostela te halen, dus mijn nationaliteit wordt niet vermeld. We lopen wat rond tijdens de mis, maar zien zo goed als geen bekenden.

Later op het Obradoiro plein zien we vele mensen uit de laatste herberg aankomen. Het is nu weer prachtig zonnig. Later in de stad ontmoet ik ook weer Gail en Jan, de Engelse zusjes. Ze zijn omwille van het voorspelde slechte weer niet naar Finisterre gegaan en hebben al drie dagen doorgebracht in Santiago.

We made it !

Ludwine zit ook in dezelfde herberg en we spreken af dat ze zullen proberen om ´s avonds gratis te eten in de parador Los Reyes Católicos. Als je vóór zeven uur ergens bij een zijdeurtje wacht en je bent bij de eerste 10 peregrinos, krijg je een gratis maaltijd aangeboden. Maar ik ben natuurlijk te laat. Blijkbaar moet je hier al om zes uur in de rij staan om een kans te maken. We gaan uiteindelijk naar restaurant Manolo en zitten aan tafel met Belgen en Nederlanders. Er wordt door elkaar Frans en Nederlands gesproken. De Nederlandse vrouw heeft niet de camino gelopen, maar is met de mobilhome haar man komen opzoeken. Bijna iedereen heeft plannen om naar Finisterre te gaan, maar ik ben heel blij dat ik daar totaal geen behoefte aan heb. Wat mij betreft is mijn bestemming bereikt.

Woensdag 26 oktober en donderdag 27 oktober

Santiago

kathedraal Santiago

Santiago in de miezer- en af ten toe gietende regen. Ik verdom het om in de stad rond te lopen met die verschrikkelijke poncho. Ik heb gelukkig nog mijn hardloopvestje en mijn paraplu mee en zo zie ik er al een heel stuk eleganter uit. Met Rachel ga ik al vroeg naar de kathedraal. We dalen het trappetje af naar de crypte waar Santiago begraven ligt en achter het altaar omhelzen we het beeld van de heilige. Het is allemaal heel traditioneel Spaans om dit te doen en eigenlijk een beetje bijgelovig, maar het hoort erbij.

We zien dat vandaag wel de botafumeiro, het grote wierookvat, in de touwen hangt. De botafumeiro wordt normaal gezien alleen op feestdagen of op speciaal verzoek en tegen betaling van stal gehaald. Tijdens de mis wordt het wierookvat aan een hoge snelheid in de zijbeuken heen en weer geslingerd. Er is nog een mis bezig met allemaal bobo´s en dus zien we de ceremonie met de botafumeiro tweemaal, want ook tijdens de gewone pelgrimsmis wordt het ding door de lucht geslingerd. Het is wel heel indrukwekkend. Aan het begin van de pelgrimsmis worden alle nationaliteiten vernoemd die de dag ervoor hun compostela hebben gehaald. Ik hoor dat er twee Belgen zijn die vanuit St. Jean gelopen zijn, daar ben ik er eentje van. De andere moet dan Fabrice zijn, die ik niet meer heb gezien. Aan het eind van de mis is er een verbroedering onder de pelgrims, iedereen feliciteert en omhelst elkaar. Een soort van kerkdienaar roept tevergeefs op tot ´silencio, por favor´. Sergio is er ook en is al helemaal bepakt en bezakt om naar huis te gaan en hij kan niet meer praten van de emoties en heeft tranen in zijn ogen staan. Een geëmotioneerde Italiaan, ik krijg er weke knietjes van. Eigenlijk willen we allemaal leven zoals op de camino, met mensen die allemaal vriendelijk zijn voor elkaar en respect en waardering hebben voor elkaar.

Ik ga met Loiziele (spreek uit Loeiezieël), de Braziliaanse – eindelijk weet ik hoe ik haar naam moet schrijven want ik heb nu haar email – en een Duitse in een pulpería lunchen. Daarna ga ik het museum van de peregrino bezoeken. Ik kom er weer Paul tegen, een van de twee oudere Canadezen uit Otawa, die ik een hele tijd niet meer had gezien. Zijn pelgrimsmaat Brian is al naar huis. Hij vertelt dat hij op weg naar Finisterre in hagelbuien terecht kwam.

Eten in pulpería

We gaan samen in de crypte van de kathedraal kijken naar een film over de Portico de la Gloria. Jan had me al verteld en dus was ik niet meer zo ontgoocheld, dat de prachtige Romaanse toegangspoort tot de kathedraal in de steigers staat. De film is heel mooi gemaakt, maar het is natuurlijk niet zoals je het in het echt ziet. Ik wil na 2014 als de werken klaar zijn nog eens naar Santiago. Daarna gaan we samen Thais eten.

´s Avonds gaat zowat het hele pelgrimsvolk dat zich op dit moment ophoudt in Santiago naar de screening van een documentaire gemaakt door Lydia Smith, een Amerikaanse die in 2008 zelf de camino heeft gelopen. De avond is ook bedoeld als ´fundraiser´, want ze beschikt nog niet over voldoende financiën om de film af te maken. Lydia vertelt dat ze volgende week de screening ook in Utrecht houdt ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van het Nederlandse Genootschap van Sint Jacob. Ik ben niet van plan om naar die dag te gaan, want ik kom pas de avond ervoor laat thuis. Hoe de mensen in de film de camino beleven is heel herkenbaar. De dagelijkse bezigheden, zoals de rugzak in- en uitpakken, niet weten waar je zal slapen, de “bagage” die je thuis achtergelaten hebt, het competitieve element, zoals het niet kunnen hebben dat je íngehaald wordt door andere pelgrims met het irritante gerikketik van hun stokken achter je.

Isabel kwam langs bij Frutería Isabel op 16 oktober

Ik bij Frutería Isabel op 26 oktober

De volgende ochtend is het mij bekende caminovolk allemaal vertrokken, of naar Finisterre of naar huis. Ik vlieg vanmiddag zelf naar Alicante met Ryanair. Zus Annelou komt me daar ophalen en zondag komen Jan en mijn Belgische neven en nichten allemaal naar Murcia voor een familiereünie. Het is weer een regenachtige dag. Ik verwen mezelf op een café bombón en een croissant in het deftige casino café, schrijf mijn dagboek bij, schrijf kaartjes en koop nog een tarta de Santiago om mee te doen naar Murcia. Ik verlang nu echt om het miezerige en kille Santiago achter me te laten. Hopelijk kan ik nog een paar dagen van de Mediterraanse zon genieten. Daarna ben ik weer heerlijk thuis in een gezellig warm huis terwijl het buiten al koud Hollands winterweer is.

Advertenties

Written by Karline Vandenbroecke

16 november 2011 bij 19:48

8 Reacties

Subscribe to comments with RSS.

  1. Beste Karline,
    Wat een leuk en uitgebreid verslag. Ik ben van plan dezelfde route te lopen, in september en oktober 2012. Ik ben bezig zo veel mogelijk informatie te verzamelen en denk dat ik veel aan je praktische raadgevingen zal hebben.

    Hans van de Giessen

    4 februari 2012 at 21:37

  2. Beste Karline,
    Ook wij lopen in september/oktober 2012 de camino.
    Dank voor je reisverslag, erg informatief.
    Groet John en Ingrid

    John Coster

    7 augustus 2012 at 16:49

  3. Beste Karline,
    Ik ben van plan om half april 2015 te vertrekken, ik heb een aantal raadgevingen van je opgeslagen, hartelijk dank!
    Leuk om te lezen en me alvast te verheugen.
    Hartelijke groet,
    Yolande

    Yolande

    15 november 2014 at 13:32

    • Beste Yolande,
      Ook ik heb destijds in 2012 veel plezier gehad van het verslag van Karline. Ook heel leuk om de plekken in werkelijkheid te zien die zij beschreven heeft. Maar natuurlijk loop je uiteindelijk je eigen tocht.
      Ik wens je een onvergetelijke ervaring. Buen Camino.
      Hans

      Hans van de Giessen

      1 april 2015 at 21:07

    • Buen camino Yolande. Leuk om te horen dat mijn verslag nog wel eens gelezen wordt. Karline

      Karline Vandenbroecke

      1 april 2015 at 21:30

  4. Ook vandaag, 23 september 2015, is je verslag gelezen. Veel herkenning ! Mooi om te lezen !
    Zelf ging ik dit jaar per fiets, onvergetelijk natuurlijk.
    Robencor.reislogger.nl : daar staat ons verslag.

    Groetjes
    ROB STEENDIJK

    Rob Steendijk

    23 september 2015 at 14:11

  5. Je hebt dit blog al een poos geleden geschreven maar ik heb het net pas helenaal gelezen. Geniten van je nuchtere schrijfstijl. Zit denk ik zelf ook wel een beetje zo in elkaar. Ik ga in september mijn Camino lopen vanaf Pamplona. Ben heel benieuwd!
    Bedankt voor je verhaal.
    Marilou

    Marilou Burger

    4 januari 2017 at 14:43


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: